Ludo  DIELIS

Ludo Dielis
Antwerpenaar Ludo Dielis behaalde tijdens zijn actieve sportcarrière maar liefst 69 officiële titels. Hij werd immers 9 maal wereldkampioen, 22 maal Europees kampioen driebanden en 38 maal Belgisch kampioen. Verder was hij recordhouder in 47/2, 47/1, bandstoten.
Samen met Mechelaar Raymond Ceulemans, destijds de nummer één in de internationale biljartwereld met meer dan 100 officiële titels, legde hij zo het episch centrum van de biljartsport in het Antwerpse. Ludo verbergt trouwens op geen enkel ogenblik zijn Antwerpse afstamming.
Na zijn carrière bleef Ludo Dielis in de biljartsport actief als coach van de Belgische jeugdploegen, commentator voor TV-uitzendingen en organisator van biljarttornooien, met name de Euphony World 3-Cushion Supercup. Hij is tevens Public Relations Manager bij de U.M.B. (Union Mondiale de Billard), opgericht in Madrid op 1 juni 1959 en met Zetel in Lausanne.
Ludo is momenteel uitbater van een gekende horecazaak in Antwerpen met meerdere biljart- en snookertafels.

Info:
Woonplaats: Cambeenboslaan 1, 31, 2960 Brecht
Emailadres:
ludo.dielis@be.euphony.com

Persoonlijke Website: http://www.ludodielis.be/nl/biljartgeschiedenis/index.html











DE BILJARTSPORT


Geschiedenis

Voorlopers
Men neemt aan dat het Engelse 'Pall Mall' spel (zoiets als het tegenwoordige 'croquet') de voorloper is van het biljarten. Aanvankelijk werd het spel dan ook buiten gespeeld, maar na 1550 treffen we het spel in Engeland, Frankrijk en Italië binnenshuis aan. Het wordt dan gespeeld op tafels met opstaande banden. Op de tafel treffen we nog steeds de poortjes en de koning aan.
Veel geruzie is er geweest of het biljartspel nu in Engeland dan wel in Frankrijk is uitgevonden. Uit de naam 'billart' leiden de Engelsen af, dat het een Engelse vinding is, omdat de uitvinder Bill Kew voor het eerst de bal met zijn yard (= ellestok) op de tafel zou hebben gespeeld.
De Fransen zeggen, dat het woord 'billart' een samenvoeging is van bille (= bal) en art (= kunst) en dus betekent 'de kunst van het balspel'. Deze betekenis van het woord zal wel de juiste zijn. De Engelsen behoeven dan nog niet de rechten op de uitvinding te laten schieten, omdat de gegoede standen in die dagen overal in Europa Frans spraken. En biljarten was een spel van die standen; men zegt ook wel: 'het spel der koningen'.
Nog vóór 1700 is het biljartspel ontwikkeld tot het spel met de zes zakken in de tafel. Rond die tijd gebruikt men de rechte keu, al speelt men nog wel met het dikke uiteinde. Nog vóór de Franse Revolutie gaat men met twee witte en één rode bal spelen en keert men de keu om.

Ook aan het Franse Hof van Louis XI werd reeds biljart gespeeld. Een humoristische Amerikaanse prentbriefkaart met het biljart als onderwerp.
Ook aan het Franse Hof van Louis XI werd reeds biljart gespeeld.
Een humoristische Amerikaanse prentbriefkaart met het biljart als onderwerp.

Het Moderne Biljartspel

De Franse Revolutie maakt een einde aan vele koningen, die dan ook hun spel niet meer kunnen spelen. De gewone stervelingen nemen het spel over en het biljarten neemt een hoge vlucht tussen 1827, als Mingaud de pomerans uitvindt (het stukje leder vooraan de keu, dat het mogelijk maakt effect te geven waardoor doorschiet, trek- en kopstoten mogelijk werden) en 1860, als men overschakelt op het carambolespel. Daarmee is het moderne biljartspel geboren.
Hoewel dat toch niet zolang geleden is, vecht men nog steeds over de vraag door wie de verfijningen in het spel zijn aangebracht. Zo betwisten meerdere personen het vaderschap van de série américaine. Genoemd worden in dit verband de Amerikanen Sexton en Schaeffer, de Fransman Berger en de Canadese broers Dion.
Als het vrije spel te gemakkelijk gaat worden, doet het kaderspel zijn intrede. Dat is omstreeks 1880, als door de Fransman Edmond Graveleuse een 12 à 15 cm-driestootskader wordt gepresenteerd. Spoedig daarna - in 1883 - zijn het de profs die een Wereldkampioenschap in 21 cm-driestootskader betwisten. Nog vóór er een internationale organisatie was, werden reeds kader 45/2 wereldkampioenschappen georganiseerd: in 1902/03.

François Mingaud, Napoleontisch officier en uitvinder van de pomerans.
François Mingaud, Napoleontisch officier en uitvinder van de pomerans, geboren op 4-1-1772
in het Zuid-Franse Le Cailar.
Nationale en Internationale Organisaties
Als er begin deze eeuw verschillende nationale bonden worden opgericht komt er natuurlijk behoefte aan een internationale organisatie. België, Frankrijk, Egypte en Zwitserland richten in 1923 de U.I.F.A.B. op (= Union Internationale des Fédérations des Amateurs de Billard).
De grote man van deze U.I.F.A.B. was jarenlang wedstrijdleider Avé, de man van de Avé-beurt en het Avé-systeem. Na diens overlijden in 1956 worden interne moeilijkheden in de organisatie openbaar.
België, Nederland, Saarland en Duitsland besluiten dan uit te treden en stichten de F.I.B. (= Fédération Internationale de Billard). De problemen worden in 1959 opgelost: men sticht de wereldomspannende U.M.B. (= Union Mondiale de Billard). Voor Europa heet de organisatie C.E.B. (= Confédération Européenne de Billard).

Professionalisme

In 1985 wordt door dr. Werner Bayer de BWA , een professionele biljartorganisatie, in het leven geroepen.
Daarin worden driebandenspelers gecontracteerd, welke in een aantal toernooien die in verschillende landen en werelddelen door die BWA worden georganiseerd, wedstrijden spelen om prijzengeld.
Alhoewel er enige spelers in de wereld waren die de amateurstatus was ontzegd, deed het professionalisme vanaf die tijd officieel zijn intrede. Ook de nationale en internationale biljartorganisaties gaan daarna de amateurs toestaan prijzengeld te ontvangen.

Materiaal


Biljarttafel.
De tafel
De tafel moet zuiver waterpas opgesteld zijn. Het blad bestaat uit platen van minimum 45 mm dikte, meestal uit leisteen. De gebruikte leiplaten komen vooral uit Zuid Europa (Spanje, Portugal en Italië).
Het speelvlak wordt begrensd door 36 à 37 mm hoge rubberbanden. Zowel de banden als het speelvlak zijn bedekt met een groen laken (Nu soms ook blauw). De banden zijn gevat in een houten kader. De officiële wedstrijdtafel meet 284,5 cm op 142,25 cm. In de clubs staan meestal 'kleine' tafel(s). Deze meten 230 cm op 115 cm.

De ballen
De eerste ballen waren nog van hout maar werden later vervangen door ivoren ballen. De ballen zijn tegenwoordig gemaakt uit kunststof (harscompositie). Er zijn 2 witte (waarvan 1 gemerkt met een teken) en 1 rode bal. Tegenwoordig wordt de gemerkte bal meestal vervangen door een gele bal. De ballen moeten dezelfde diameter hebben (61 à 61,5 mm) alsook hetzelfde gewicht (210 à 220 gr).

De keu
De keu waarmee men de ballen stoot, is een stok van ongeveer 140 cm welke naar boven toe smaller wordt. De top heeft meestal een diameter tussen 9 en 12 mm en is voorzien van een lederen pomerans. Het gewicht van de keu ligt tussen de 400 tot 550 gr.

Biljartballen.

Spelsoorten.

Vrijspel of Libre

Het Carambolebiljart zou voor het eerst gespeeld zijn rond 1850. Bij het 'libre' is het voldoende om met de speelbal de beide andere ballen te raken. Dat was toen, met het bestaande materiaal, al moeilijk genoeg. Eerst speelde men om het punt te maken, later probeerde men zo te spelen dat men het punt maakte en dat de ballen zo kwamen te liggen dat het volgende punt ook gemakkelijk te maken was. Goed geoefende spelers maakten zo soms series van 10 punten. In 1855 zou de eerste geregistreerde match gespeeld zijn tussen de Amerikaan Phelan en de Fransman Demon. Er werd gespeeld op een tafel van 360 cm op 180 cm voor 3 sets van 100 punten. Phelan werd de winnaar en had een hoogste serie van 9 punten. Zo lukte het sommige spelers ook om de beide ballen tezamen in één hoek te krijgen en daar dan meerdere punten na elkaar te scoren. Daarom werd in elke hoek een "verboden zone" afgetekend waarin men max 2 punten na elkaar mocht maken zonder dat één van de beide aanspeelballen uit de zone kwam. Nog later werd, door veel training enerzijds en de verbetering van het materieel anderzijds, de 'série américaine' geboren. Het vaderschap hiervan wordt nog steeds door verschillende personen betwist. De mogelijke kandidaten: de Amerikanen Sexton en Schaeffer, de Fransman Berger en de gebroeders Dion uit Canada.
De kunst is de drie ballen bij elkaar te krijgen bij de band. Eenmaal deze positie verkregen kan een geoefend speler, door middel van kleine, fijne stootjes, een grote aantal punten bijeensprokkelen. In het begin spreken we over series van max. 100 punten, door de verbetering van het materiaal noteren we enkele jaren later series van boven de 1000 punten. Al in 1890 werd er een serie van 3000 punten opgeschreven.

Kaderspelen
Omdat het libre 'te gemakkelijk' word en de schijnbaar moeiteloze series langs de band het publiek gauw gingen vervelen, doet het kaderspel zijn intrede. Rond 1880 presenteerde de Fransman Edmond Graveleuse een eerste kaderspel. Het speelvlak wordt hierbij onderverdeeld in vakken en binnen elk vlak mogen er maar een beperkt aantal caramboles gemaakt worden (1,2 of vroeger 3) zonder dat één van beide aanspeelballen het vlak verlaat. Dit eerste kaderspel was een 12 à 15 cm driestootskader. Dit werd later een 21 cm driestootskader. Reeds in 1902/03 zijn er wereldkampioenschappen kader 45/2 georganiseerd. Tegenwoordig heb je op matchtafel kader 47/2, 47/1 en 71/2, op de kleine tafel wordt kader 38/2 en 57/2 gespeeld. Bij kader 47/2 en 47/1 (en 38/2 op de kleine tafel) heeft men negen vlakken, waarbij, voor de lagere categorieën, de beperkingen niet gelden in het middelste vlak.
Bij kader 71/2 ( en 57/2 op de kleine tafel) heeft men slechts 6 vlakken, hier gelden de beperkingen in elk vlak. De betere spelers verschuiven hun 'serie americaine' naar de kaderlijnen toe. Daarom worden er, voor de hoogste categorieën, nog kleine kaders (ankers) toegevoegd waar de kaderlijnen aan de band komen. Deze vorm van kaderspel wordt dan ook ankerkader genoemd.

Biljartstoot.Bandstoten
Een andere manier om het biljartspel wat moeilijker te maken was het invoeren van de bandspelen. Hierbij is de carambole slechts geldig als de speelbal minstens één band raakt, alvorens hij de derde bal raakt.
Deze manier van spelen komt terug in zwang rond 1933. Het zijn vooral Belgen die naam maken in het bandstoten, te beginnen met René Vingerhoed (periode 1951-1960), later overgenomen door Raymond Ceulemans (periode 1963-1970) waarna Ludo Dielis de fakkel overnam.

Driebanden
Het is vooral het driebanden dat gekend is bij het grote publiek, misschien wel omdat deze spelsoort het meeste 'spektakel' biedt. In deze discipline moet men, alvorens de derde bal te raken, minstens drie banden geraakt hebben.
In de beginjaren is, voor Amerika, Willie Hoppe de grote driebandspeler. Hier in Europa is dit de Fransman Lagache. Na de oorlog echter zijn het vooral twee Belgen die de fakkel dragen: eerst René Vingerhoed, daarna Raymond Ceulemans.
Het driebanden is ook de discipline van het 'prof'-circuit dat in 1985 gelanceerd is door het BWA.

Pentatlon
Vanaf 1933 wordt er ook pentatlon of vijfkamp gespeeld. Dit is eigenlijk geen aparte discipline maar een kampioenschap waarin alle disciplines voorkomen. Men speelt vrij, band, drieband, kader 45/2 en kader 71/2. Deze kampioenschappen kunnen zowel individueel als voor ploegen.

Klassieke Fantasie of Artistiek Biljart
Daarnaast bestaat er ook nog de Klassieke Fantasie of het Artistiek Biljarten. Dit is een zeer aparte vorm van biljarten waarbij men een aantal vastgestelde figuren moet trachten te maken. Dit zijn allemaal ingewikkelde stoten die veel stootbeheersing vragen en die ook aangepast materiaal vragen.
In 1931 wordt er een eerste proefneming gedaan in de 'Klassieke Fantasie' te Vichy met 12 opgelegde figuren. Een jaar later in Rijsel zijn er reeds 48 figuren waarmee 299 punten te verdienen zijn. Vanaf 1935 zijn er 64 figuren te spelen waarmee 416 punten te verdienen zijn.
Na twintig jaar wordt het tijd om wat aanpassingen te doen, bepaalde figuren werden altijd foutloos gespeeld, voor andere figuren klopte de moeilijkheidscoëfficiënt niet meer. Vanaf nu zijn er 76 figuren te maken met een totaal van 500 punten. Ook noemt deze discipline vanaf nu officieel 'Artistiek Biljart'.