LISZT  Franz

Four ages of Franz Liszt.Biografie:

Geboren: 22 oktober 1811 (Doborján in Hongarije, thans Raiding in Oostenrijk, na de annexatie)
Als: Liszt Ferenc
Overleden: 31 juli 1886 (Bayreuth - Duitsland)

Klassiek componist, 'Grootste pianist aller tijden'

Ferenc 'Franz' Liszt werd op 22 oktober 1811 in Hongarije (Doborján) geboren uit een Duits adellijk geslacht, omdat zijn vader rentmeester was bij de Hongaarse tak van de Esterhazy's. Als reeds zeer vroeg zijn muzikale begaafdheid blijft, laat vader Liszt zijn job varen om de opleiding van zijn wonderkind van nabij te kunnen leiden. Zijn eerste piano-onderricht kreeg Liszt van zijn vader en in 1819 gaf hij zijn eerste openbare concert, in Baden bij Wenen. Het hele gezin verhuist naar Wenen, waar de jonge Franz (Ferenc in het Hongaars) met een studiebeurs van Hongaarse edelen les krijgt bij Beethovens leerling Carl Czerny; theorielessen kreeg hij van Antonio Salieri. Zijn eerste openbare concert in 1822 in Wenen was een groot succes.
In 1823 trekken ze naar Parijs, maar Cherubini die een hekel had aan muzikale wonderkinderen, hem weigert aan het Conservatorium. Vandaar dat Liszt als pianist in feite autodidact is, terwijl hij compositielessen volgde bij F. Paër en A. Reicha. In deze tijd ontmoette hij Beethoven en kreeg hij contacten met vooraanstaande kunstenaars en met schrijvers als Victor Hugo, Lamartine en Heine. Tussen 1824 en 1827 onderneemt hij concertreizn naar Frankrijk, Engeland en Zwitserland, en wordt door de voorspraak van Hongaarse adellijke families en door zijn natuurlijke ontvankelijkheid voor nieuwe indrukken, spoedig het lievelingskind van de Parijse salons. Vaak stonden lange rijen muziekliefhebbers voor de ingang van de concertzaal als Liszt optrad. Een specialiteit van hem was het herschrijven van melodieën van andere componisten. Franz Liszt kon bijvoorbeeld extreem moeilijke improvisaties geven op een populaire operamelodie.


Liszt op 13-jarige leeftijd.
Gravin Marie d'Agoult,
Karikatuur van Liszt Ferenc
Liszt op 13-jarige leeftijd.
Gravin Marie d'Agoult,
de echtgenote van Liszt.
Karikatuur van Liszt Ferenc
(van Tónió
zie http://tonio.uw.hu)
Cosima, de dochter van Liszt, en haar echtgenoot Richard Wagner. Franz Liszt met zijn tweede levensgezellin, Vorstin Caroline von Sayn-Wittgenstein.
Cosima, de dochter van Liszt, en haar echtgenoot Richard Wagner.
Franz Liszt met zijn tweede levensgezellin,
Vorstin Caroline von Sayn-Wittgenstein.

Net als bij Chopin betekent het beluisteren van Paganini voor hem een nieuwe stimulans om zijn pianotechniek verder aan te scherpen. Andere figuren die hem diepgaand beïnvloeden zijn Meyerbeer, Bellini, Chopin en vooral Berlioz, uit wiens programmatische 'Symphonie fantastique' hij de idee put voor symfonische gedichten als de meest typische uiting van de romantische orkestmuziek. In 1835 gaat hij een 'vrij huwelijk' aan met gravin Marie d'Agoult, die hem drie dochters schonk. Eén daarvan moeten we onthouden: Cosima, die eerst trouwde met de dirigent Hans von Bülow en daarna, in 1870, met Richard Wagner. In 1839, wanneer hij begint aan een eerste reeks van uitgebreide concerten doorheen gans Europa, slaat de verhouding om in haat en Liszt is wat blij als hij in 1842 tot buitengewoon hofkapelmeester benoemd wordt in Weimar. Van daaruit maakt hij propaganda voor de muziek van zijn geestelijke vader Berlioz en (echte) schoonzoon Wagner. Hij had leerlingen als Hans von Bülow, Peter Cornelius en Carl Tausig en dirigeerde werken van Robert Schumann, Berlioz, Verdi, Donizetti en Wagner (1850, première Lohengrin). Belangrijk was de oprichting onder Liszts leiding van de 'Allgemeiner Deutscher Musikverein' te Weimar in 1868, waar hij dat jaar ook ging wonen.
Tijdens een concertreis in Rusland in 1847 leert hij vorstin Carolyne von Sayn-Wittgenstein kennen; wanneer na zeventien jaar aandringen de verbreking van haar eerste huwelijk definitief voor onmogelijk wordt verklaard (volgens het kerkelijk recht had ze moeten kunnen scheiden omdat ze als minderjarige tegen haar wil uitgehuwelijkt werd), gooit Liszt het roer om en vraagt in Rome de lagere wijdingen van de Rooms-Katholieke Kerk aan in 1865. Hij beperkt zijn concertreizen als bravoure-pianist tot een minimum, om zoveel mogelijk te componeren, en vertoont zich nog alleen in priestertoog. Wanneer het ook in Weimar niet meer boterde met zijn werkgevers en ondergeschikten, trok hij naar Rome. Vanaf 1875 wordt hij voorzitter van de landelijke muziekacademie (die nu de Liszt Ferenc-academie heet) in Budapest, en verdeelt zijn jaren over Rome, Budapest en Weimar.
Franz Liszt sterft op 31 juli 1886 in Bayreuth, waar hij zijn dochter Cosima te hulp gesneld was om het Festspielhaus boven water te houden na de dood van Wagner. Hij stierf in de armen van Cosima, kort na een triomfale opvoering van Tristan.


Standbeeld van Liszt Ferenc aan de ingang van de Opera van Budapest. Liszt aan de piano. Het geboortehuis van Liszt in Raiding.
Standbeeld van Liszt Ferenc aan de ingang van de Opera van Budapest.
Liszt aan de piano.
Het geboortehuis van Liszt in Raiding.

Franz Liszt wordt beschouwd als de bedenker van de solo-piano recital. Door velen wordt hij beschouwd als de grootste pianist aller tijden. Tot zijn beroemdste werken worden gerekend: 'Les Préludes', 'Hungarian Rhapsodies' en 'Faust'.
In Liszts muzikale persoonlijkheid nemen de symbolen van Franciscus van Assisi, Gretchen en Faust, als uitdrukking van zijn verlangen naar spiritualiteit en ethiek, zijn liefde en achting voor de vrouw en zijn hang naar magie, een belangrijke plaats in. Zijn compositorische ontwikkeling, die in zijn jonge jaren haar uitgangspunt vond in briljante pianowerken (etudes en rapsodieën), eindigde uiteindelijk in een introverte en speculatieve stijl, kaal en transparant van structuur en ontdaan van alle uiterlijkheden. Liszt was zeer genereus; hij verrichtte baanbrekend werk voor de verbreiding van het werk van tijdgenoten, o.a. door hun composities te transcriberen voor piano. Als componist was hij steeds op zoek naar vernieuwingen. Tot de belangrijkste behoort de in de 'Bergsymfonie' (1850) voor het eerst ontwikkelde motieftransformatietechniek waarmee hij samenhang en dramatiek concipieerde in vrije en eendelige vormen; hiermee brak hij met de klassieke vorm. Een wezenlijk aspect van deze techniek is het zelfstandig gebruik van de muzikale parameters; hiermee anticipeerde Liszt op compositietechnieken van de 20ste eeuw. In een aantal van zijn late werken doorbrak hij de grenzen van de tonaliteit. Veel van het late experimentele werk is tijdens zijn leven niet uitgegeven.
Liszt was de belangrijkste pianovirtuoos van de 19de eeuw. In zijn - veel nagevolgde - pianotechniek streefde hij met gebruikmaking van alle mogelijkheden van het instrument naar een verscheidenheid aan klankkleuren zoals een symfonieorkost die heeft. Zijn concept van programmamuziek verschilde van dat van Berlioz, Smetana, Dvorák en Saint-Saëns; hem stond de expressie van algemene ideeën meer voor ogen dan een realistische toonschildering.
Liszts geboortehuis in Raiding is als museum ingericht.


Hongaarse postzegel van Liszt Franz. Oostenrijkse postzegel van Liszt Franz. Westy-Duitse postzegel van Liszt Franz. Oostenrijkse postzegel van Liszt Franz. Luxemburgse postzegel van Liszt Franz.

Werk:
- Orkest: 13 symfonische gedichten, o.a. Les Préludes (1848), Tasso: lamento e trionfo (1849), Prometheus (1850), Mazeppa (1851), Orpheus (1854), Hunnenschlacht (1857); 2 programmatische symf.: Eine Faust-Symphonie in drei Charakterbildern (1854-1857), Symphonie zu Dantes Divina Commedia (1856); Trois Odes funèbres (1860); Zwei Episoden aus Lenaus Faust (1861; nr. 2 is de zgn. eerste Mephisto-Walzer).
- Piano en orkest: I in Es (1849); II in A (1839; versch. bewerkingen tot 1861); Totentanz (1849; parafrase over Dies Irae).
- Pianosolo: etudes; fantasieën; 19 Hongaarse rapsodieën (orkestversies deels van Liszt); walsen; variaties; transcripties (o.a. symf. van Beethoven); Apparitions (1834); Grandes Etudes (1937); Trois études de concert (1848); Consolations (1849); Liebesträume (1850); Sonate (1853); 2 Konzertetüden (1863); Années de Pèlerinage (4 bundels, 1835-1877).
- Orgel: Präludium und Fuge über den Namen BACH (1855; tweede versie 1870).
- Opera: Don Sanche ou le Château d'amour (1825).
- Oratoria: Die Legende von der heiligen Elisabeth (1862); Christus (1867).
- Declamatorium: Der traurige Mönch (1860; v. spreekstem en piano).
- Voorts: cantates, missen, psalmen, wereldlijke koormuziek, kamer- en orgelmuziek, liederen.

De grafkapel van Franz Liszt De grafsteen van Franz Liszt
De grafkapel en de grafsteen van Franz Liszt
op het Stadtfriedhof van Bayreuth.