OLYMPISCHE SPELEN

Baron PIERRE de COUBERTIN
Baron PIERRE de COUBERTIN
Stichter van de
Moderne Olympische Spelen

° 1/1/1863 - 2/9/1937

Het IOC 1896 met o.a. De Coubertin (zittend links)De aanzet tot de Spelen werd in het jaar 776 voor het begin van onze jaartelling in het Griekenland van de klassieke Oudheid gegeven. Dat gebeurde in de plaats Olympia op het schiereiland der Peleponnesus. Deze Spelen vonden later navolging en zo ontstonden er vergelijkbare Pythische, Isthmische en Nemeïsche Spelen. Aan een boeiende, meer dan duizendjarige traditie kwam echter in het jaar 393 een einde toen de 'heidense' Spelen getroffen werden door het verbod van de Romeinse keizer Theodosius I. Maar de herinnering aan de Spelen leefde voort.
De draad werd voor het eerst weer opgenomen in het begin van de 17de eeuw, in Engeland, waar Robert Dover het initiatief nam tot wat als de Cotwold Olympic Games bekend geworden is. Maar we staan op vaster grond als ruim tweehonderd jaar, op 22 oktober 1850, voor het eerst sprake is van de Much Wenlock Olympian Games, gehouden in het plaatsje Much Wenlock in Shropshire. Aan deze Spelen is de naam verbonden van W.P. Brookes (1809-1895), een arts met vooruitstrevende opvattingen. Maar ook in het moderne Griekenland van de 19de eeuw leefde de gedachte om de klassieke spelen in een of andere vorm te laten herleven en zo werden door toedoen van de rijke graanhandelaar Zappas (1800-1865), in 1859, in Athene de zogeheten eerste Zappas Olympische Spelen gehouden; gevolgd door nog drie evenementen van die naam in 1870, 1875 en 1889.
In 1891 werden, opnieuw in Athene, de eerste Panhelleense Spelen van het Gymnastiek Verbond gehouden. Als de eerste moderne Spelen in 1896 in Athene worden gehouden, nemen er dertien landen aan deel vertegenwoordigd door in totaal 285 atleten. Dat dit evenement kon plaatsvinden danken we aan de Fransman Pierre de Coubertin (1863-1937), die van de Spelen zijn levenswerk maakte en op de gedachte kwam om aan de sportieve ontmoetingen tussen landen een ruimer en meer internationaal karakter te geven. Op de bijeenkomst van 25 november 1892 in de Parijse Sorbonne-universiteit lanceerde De Coubertin het idee om de Olympische Spelen nieuw leven in te blazen. In juni 1894 werd deze bijeenkomst gevolgd door wat later het Eerste Olympisch Congres genoemd zou worden. Tijdens het congres werd het Internationaal Olympisch Comité gevormd en de Griek Demetrios Vikelas tot eerste president gekozen. Tussen 6 en 15 april 1896, vonden de eerste moderne Olympische Spelen in Athene plaats. Volledigheidshalve dient vermeld dat er ondertussen, in 1893, in Athene en naar het voorbeeld van de eerder gehouden Zappas Spelen een tweede Panhelleense sportfestival gehouden is. Een geschilpunt betrof toen de vraag of de Spelen iedere keer in Athene gehouden zouden worden of dat zij om de vier jaar in een ander land gehouden zouden worden.
De Coubertin werd tijdens de eerste Spelen, op 10 april 1896, tot president van de I.O.C. en Vikelas' opvolger gekozen.

Constantine Kondylis Fritz Schilgen
Constantine Kondylis (links) brengt als eerste het Olympisch vuur naar Berlijn, waar Fritz Schilgen (rechts), als eerste ooit, het Olympisch vuur zou aansteken. (foto Sporthistória)

De affiche van de eerste Moderne Olympische Spelen in 1896.Het Olympisch vuur werd op de Moderne Spelen ingevoerd in 1928 in Amsterdam en heeft sindsdien altijd gebrand van het begin tot het einde van de Spelen. Het symboliseert het streven naar volmaaktheid en de worsteling om de overwinning te behalen. De fakkelestafette van de oude stad Olympia naar de stad waar de Spelen worden gehouden, werd in 1936 ingesteld (en voor de Winterspelen in 1964). De eerste loper die het vuur van uit de ruines van het oude Olympia op weg naar Berlijn 1936 bracht, was de Griekse atleet Constantine Kondylis. Dat feit zou hem tijdens de wereldoorlog redden van een Duits executiepeloton. De eerste die het Olympisch vuur aanstak, in Berlijn 1936, was Fritz Schilgen (wereldkampioen 1500 meter 1931).

Voetbal en Olympische Spelen waren in de beginjaren van de moderne spelen niet als evident met elkaar verbonden. In Athene 1896 werden wat officieuze wedstrijden gehouden: na een kwalificatiewedstrijd tussen de elftallen van twee Griekse steden mocht de winnaar, Smyrna, in de finale tegen een Deens elftal aantreden. De tapijtenstad verloor met 15-0. De toernooien van 1900, 1904 en 1906 worden door sommigen als niet-officieel beschouwd, maar in de lijsten van de medaillewinnaars worden ze toch wel meegeteld.
Voetbal is derhalve de eerste teamsport die op het Olympisch programma werd geplaatst. Het eerste doelpunt werd gescoord in 1900 voor Groot-Brittannië door FC Upton Park in de wedstrijd tegen Frankrijk (uitslag 4-0). Het toernooi in 1904 kende slechts 3 inschrijvingen, een team uit Canada en 2 uit de Verenigde Staten, en in 1906 was het voetballen een herhaling van 1896, met weer een overwinning van Denemarken op de stad Smyrna. Dit laatste elftal telde 4 Britten die allemaal Whittal heetten; als dit broers waren moet dat toch een of ander Olympisch record geweest zijn.
Thans wordt de vlam aangestoken via de zonnewarmte.Na de oprichting van de FIFA (Fédération Internationale de Football Association) in 1904 kwam het olympisch voetbal onder FIFA-leiding en van 1908 af nam het toernooi in belangrijkheid toe. In 1920 schreef het eerste niet-Europese team (Egypte) zich in, ten minste als we even geen rekening houden van de Noord-Amerikanen in 1904, en tegen 1924 telde het toernooi al 22 deelnemende landen.
Voetballend Hongarije zou een eerste maal aan de Spelen deelnemen in 1912, waarin het de troostingpoule won en zo 5de op 11 deelnemende landen eindigde. Tot nu toe zou Hongarije negenmaal deelnemen aan de Spelen en drie gouden, één zilveren en één bronzen medaille winnen. Hongarije blijft steeds het enige land dat officieel driemaal gewonnen heeft (1952, 1964 en 1968). Groot-Brittannië won ook wel driemaal (1900, 1908 en 1912), maar het toernooi van 1900 (zoals ook nog 1904 en 1906) worden als niet-officieel beschouwd). De meest succesvolle speler is de Hongaar Novák Deszõ, die in 1964 en 1968 goud won, na in 1960 brons veroverd te hebben.
Over de jaren heen is er sprake geweest van toenemende onvrede over de uitleg van het begrip 'amateur', zoals op de Spelen ook bij het ijshockey het geval is geweest. De discussies over de pseudo-amateurs werd nog scherper gesteld toe de Oost-Europese landen na 1948 hun opwachting maakten bij het voetballen. Na driemaal goud in de begintijd, schreef Groot-Brittannië in 1924 en 1928 niet in omdat er onenigheid was geweest tussen de FA en de FIFA over werkverletvergoedingen betaald aan amateurs. In 1952 moesten kwalificatieronden gespeeld worden en in 1972 was er een recorddeelname van 91 elftallen. Voor het toernooi in 1984 zijn spelers die hebben deelgenomen aan de kwalificatiewedstrijden of de eindronde van de Wereldbeker 1982 niet speelgerechtigd. Sindsdien zou de FIFA een leeftijdsgrens van 23 jaar instellen. Vrouwen voetbalden pas Olympisch vanaf Atlanta 1996.


Jaar Plaats Olympisch goud Zilver Brons
1896 Niet op het programma
1900 Athene Groot-Brittannië Frankrijk België
1904 Athene Canada Verenigde Staten Verenigde Staten
1906 Athene Denemarken Griekenland Griekenland
1908 Londen Groot-Brittannië Denemarken Nederland
1912 Stockholm Groot-Brittannië Denemarken Nederland
1920 Antwerpen België Spanje Nederland
1924 Parijs Uruguay Zwitserland Zweden
1928 Amsterdam Uruguay Argentinië Italië
1932 Niet op het programma
1936 Berlijn Italië Oostenrijk Noorwegen
1948 Londen Zweden Joegoslavië Denemarken
1952 Stockholm Hongarije Joegoslavië Zweden
1956 Melbourne Sovjet-Unie Joegoslavië Bulgarije
1960 Rome Joegoslavië Denemarken Hongarije
1964 Tokio Hongarije Tsjecho-Slowakije West-Duitsland
1968 Mexico Hongarije Bulgarije Japan
1972 München Polen Hongarije

Oost-Duitsland / Sovjet-Unie (1)

1976 Montreal Oost-Duitsland Polen Sovjet-Unie
1980 Moskou Tsjecho-Slowakije Oost-Duitsland Sovjet-Unie
1984 Los Angeles Frankrijk Brazilië Joegoslavië
1988 Seoul Sovjet-Unie Brazilië Frankrijk
1992 Barcelona Spanje Polen Ghana
1996 Atlanta Nigeria Argentinië Brazilië
2000 Sydney Kameroen Spanje Chili
2004 Athene Argentinië Paraguay Italië
2008 Peking Argentinië Nigeria Brazilië
2012 Londen Mexico Brazilië Zuid-Korea
2016 Rio de Janeiro Brazilië Duitsland Nigeria
2020 Tokio      
  (1) Oost-Duitsland en de Sovjet-Unie speelden 2-2 gelijk voor de Bronzen medaille. Gezien er toen geen mecanisme bestond om een winnaar aan te duiden, deelden beide landen de derde plaats.



Voetbalgeschiedenis tekstvlak.htm
Terug naar "Voetbalgeschiedenis"